dinsdag 13 mei 2008
marc desmettelijke gedachten
Marc Desmet is een medebroeder Jezuïet, een arts in de palliatieve zorgen, een van die veelzijdig begaafde mensen die bovendien geniet van de gave van het woord. Hij is net een blog gestart onder de titel "marc desmettelijke gedachten". Voor wie af en toe een geut ernstige humor met diepe achtergrond weet te genieten, is dit zeker het bezoeken waard.
zaterdag 10 mei 2008
Roger Burggraeve: de genade van het troostende denken
Tijdens de voorbije week werd aan de Faculteit Godgeleerdheid, K.U.Leuven, bij gelegenheid van zijn emeritaat, professor Roger Burggraeve gehuldigd. Bij de internationale conferentie "Responsibility, God and Society: Theological Ethics in Dialogue" hoorde op zaterdag 10 mei 2008 ook een Nederlandstalige huldiging waar Roger Burggraeve zelf, na een voordracht van Renée van Riessen over "Mensen als plaats van God. Levinas en de christelijke theologie in gesprek over kenosis", een afscheidscollege gehouden heeft over "Ben ik dan de hoeder van mijn broeder? Over de ziel en reikwijdte van onze verantwoordelijkheid".
Wie hem kent, weet dat Roger Burggraeve kan boeien: hij heeft iets te zeggen dat mensen beweegt en hij kan vrij spreken omdat hij spreekt over zaken die hem diep bewegen én ook de ruime intellectuele, theologische en culturele bagage heeft om het te zeggen. Bovendien wordt zijn denken gestructureerd door een aantal constanten, waaronder bijvoorbeeld zijn interesse voor de Joods Franse denker Emmanuel Lévinas, zijn worstelen met de bijbel, en de gevoelige en tegelijkertijd veeleisende aandacht voor mensen en wat hen overkomt zoals blijkt uit de groei-ethiek waaraan hij heel zijn leven gewerkt heeft. Dat alles was ook aanwezig in zijn college vandaag. Ik blijf bij enkele punten staan die mij bijzonder getroffen hebben zonder de minste poging te ondernemen om de voordracht samen te vatten. Het kan wel helpen om te weten dat de grote boog van zijn betoog opgespannen werd door de vraag in welke beschaving wij mens wensen te worden, die van Kaïn die aan God antwoordt, na de moord op zijn broer Abel: "Ben ik dan de hoeder van mijn broeder?" (Gen 4,9), of die van het gesprek tussen Abraham en God wanneer deze laatste uit verontwaardiging om het onmenselijke kwaad dat er gebeurt, de stad Sodom wil vernietigen (Gen 18). Over die bijbelse teksten had E. Lévinas ook gesproken toen hij in de jaren '80 de K.U.Leuven bezocht, precies op de plaats waar vandaag Roger Burggraeve gehuldigd werd.
Het kwaad dat in Sodom bedreven wordt - zo Burggraeve's lezing van Gen 18 - is in de ogen van God zo onverdraaglijk dat God zelf polshoogte gaat nemen vooraleer zijn besluit uit te voeren de stad te vernielen. God heeft het wat moeilijk om dit verschrikkelijke voornemen ter sprake te brengen bij Abraham, wellicht omdat God vreest dat Abraham het er niet mee eens zal zijn. En zo is het inderdaad: Gods vreselijke logica om het kwaad uit te roeien, ook indien daar enkele onschuldige slachtoffers bij zouden vallen - zo onverdraaglijk is het kwaad in Gods ogen dat God bereid is die slachtoffers in koop te nemen! - beantwoordt Abraham met een al even excentrieke opvatting: kunnen niet een groot aantal misdadigers en smeerlappen gered worden omdat er toch enkele rechtvaardigen zijn?
Ik denk daarbij aan de logica van de zich uitdijende olievlek: tast de olie van de kwaden uiteindelijk ook het lot van de goeden aan, of is de olie van de goeden een uiteindelijke zegen ook voor de kwaden? In het concrete leven zijn kwaad en goed, vreugde en verdriet, natuurlijk onlosmakelijk met elkaar verweven als op de velden het goede gewas met het onkruid ... Er stelt zich natuurlijk wel een uiteindelijke vraag: wie haalt het dan: de dood voor allen, of het leven voor allen? Het doet me denken aan die moeilijke en controversiële theologische kwestie van de apocatastase: zou het mogelijk zijn dat uiteindelijk iedereen, alle schepselen, ook de duivel (!!), in de hemel zullen vertoeven? Het lijkt een aanfluiting van de rechtvaardigheid, een miskenning van de gerechtvaardigde verontwaardiging over het kwaad dat mensen aanrichten. En toch kunnen wij ons geen enkele mens inbeelden - hoe slecht die ook moge zijn - die niet door een of andere mens bemind of gekoesterd wordt. Kan dan de minnaar in de hemel zijn, als de beminde in de hel is? Kan de minnaar zich zo maar losweken van het lot van de beminde? Zouden de minaars tenslotte niet ook de beminden, hoe kwaad ze ook zijn, de hemel inlokken, omdat anders hun liefde niet volledig zou zijn ... Gelukkig is daarbij God zelf de eerste minnaar, want niemand van ons kan claimen zonder kwaadaardigheid te zijn.
Dat zijn voor mij heel moeilijke vragen, maar ze maken mijn hart en mijn ziel week, ze troosten mij, want ze staan me toe om die liefdeskracht in mij te raken, die ook Gods liefdeskracht is en waarbij het goed toeven is. Wanneer Roger Burggraeve aan het spreken was kwam, bij alle theologische ernst en nauwgezetheid, die vertroosting naar boven. Dit is iets wat bij Roger Burggraeve duidelijk wordt: troost is ook een criterium voor goede theologie - en 't is een jezuïet die dit van een salesiaan leert ...
Roger Burggraeve wees ook op een dubbel aspect in de wijze waarop Abraham God aanspreekt: "Mag ik zo vrij zijn tot mijn Heer te spreken, ofschoon ik maar stof en as ben?" (Gen 18,27). Vrijmoedigheid en bewustzijn van eindigheid en sterfelijkheid, bewustzijn van de verwevenheid in de geschiedenis van goed en kwaad en tegelijkertijd de moed om God te bevragen en in vraag te stellen ... Misschien, alzo R. Burggraeve, was dat wel wat aan Kaïn ontbrak: hij sprak niet meer tegen God, hij ging bij God niet klagen omdat hij zichzelf onrechtvaardig behandeld voelde toen Abels offer wel, maar het zijne niet werd aanvaard door God. Vrijmoedigheid ten aanzien van God had wellicht de broedermoord verhinderd ...
Ook dat is weer zeer troostend: het vrijmoedige gesprek met God aandurven als krijtlijn voor het menselijke samenleven en het naar duurzame vrede toe transformeren van conflicten met hoog geweldspotentieel. De houding van Abraham staat hem toe om voor zijn medemens bij God te bedelen - misschien, zo Roger Burggraeve, is het smeekgebed wel diepgaander dan de aanbidding van God. We verliezen ons inderdaad soms in de aanbidding, we kijken zo intens naar God, dat we vergeten om met God en vanuit God naar onze medemensen te kijken.
Tenslotte is de spanning tussen Kaïn en Abraham de vraag of wij inderdaad de hoeders van onze broeders zijn. Zijn wij als hoeders van elkaar geschapen: God is zo in ons dat wij met elkaar verbonden zijn, dat wij verantwoordelijkheid voor ons dragen? Dit is de kern van onze ehtische lotsbestemming, het is eveneens een ontolgoie die theologische betekenis heeft.
Het gelegenheidskoortje onder leiding van professor Peter De Mey zong een mooie, toepasselijke hymne van John Rutter: "For the joy of human love, brother, sister, parent, child, friends on earth and friends above. For all gentle thought and mild: Lord of all, to thee we raise this our joyful hymn of praise". Gezegend zijn zij die zoals gij, Roger, hun medemensen besmetten met het troostende denken. Zoveel dank. En laten we ook de decaan van de faculteit, Mathijs Lamberigts, bedanken voor zijn wijze woorden: "de geëmeriteerde professor wordt nu vervangen door de professor emeritus". Blijf ons stimuleren, Roger, in die volle vreugde die we vandaag op je gelaat konden lezen.
Wie hem kent, weet dat Roger Burggraeve kan boeien: hij heeft iets te zeggen dat mensen beweegt en hij kan vrij spreken omdat hij spreekt over zaken die hem diep bewegen én ook de ruime intellectuele, theologische en culturele bagage heeft om het te zeggen. Bovendien wordt zijn denken gestructureerd door een aantal constanten, waaronder bijvoorbeeld zijn interesse voor de Joods Franse denker Emmanuel Lévinas, zijn worstelen met de bijbel, en de gevoelige en tegelijkertijd veeleisende aandacht voor mensen en wat hen overkomt zoals blijkt uit de groei-ethiek waaraan hij heel zijn leven gewerkt heeft. Dat alles was ook aanwezig in zijn college vandaag. Ik blijf bij enkele punten staan die mij bijzonder getroffen hebben zonder de minste poging te ondernemen om de voordracht samen te vatten. Het kan wel helpen om te weten dat de grote boog van zijn betoog opgespannen werd door de vraag in welke beschaving wij mens wensen te worden, die van Kaïn die aan God antwoordt, na de moord op zijn broer Abel: "Ben ik dan de hoeder van mijn broeder?" (Gen 4,9), of die van het gesprek tussen Abraham en God wanneer deze laatste uit verontwaardiging om het onmenselijke kwaad dat er gebeurt, de stad Sodom wil vernietigen (Gen 18). Over die bijbelse teksten had E. Lévinas ook gesproken toen hij in de jaren '80 de K.U.Leuven bezocht, precies op de plaats waar vandaag Roger Burggraeve gehuldigd werd.
Het kwaad dat in Sodom bedreven wordt - zo Burggraeve's lezing van Gen 18 - is in de ogen van God zo onverdraaglijk dat God zelf polshoogte gaat nemen vooraleer zijn besluit uit te voeren de stad te vernielen. God heeft het wat moeilijk om dit verschrikkelijke voornemen ter sprake te brengen bij Abraham, wellicht omdat God vreest dat Abraham het er niet mee eens zal zijn. En zo is het inderdaad: Gods vreselijke logica om het kwaad uit te roeien, ook indien daar enkele onschuldige slachtoffers bij zouden vallen - zo onverdraaglijk is het kwaad in Gods ogen dat God bereid is die slachtoffers in koop te nemen! - beantwoordt Abraham met een al even excentrieke opvatting: kunnen niet een groot aantal misdadigers en smeerlappen gered worden omdat er toch enkele rechtvaardigen zijn?
Ik denk daarbij aan de logica van de zich uitdijende olievlek: tast de olie van de kwaden uiteindelijk ook het lot van de goeden aan, of is de olie van de goeden een uiteindelijke zegen ook voor de kwaden? In het concrete leven zijn kwaad en goed, vreugde en verdriet, natuurlijk onlosmakelijk met elkaar verweven als op de velden het goede gewas met het onkruid ... Er stelt zich natuurlijk wel een uiteindelijke vraag: wie haalt het dan: de dood voor allen, of het leven voor allen? Het doet me denken aan die moeilijke en controversiële theologische kwestie van de apocatastase: zou het mogelijk zijn dat uiteindelijk iedereen, alle schepselen, ook de duivel (!!), in de hemel zullen vertoeven? Het lijkt een aanfluiting van de rechtvaardigheid, een miskenning van de gerechtvaardigde verontwaardiging over het kwaad dat mensen aanrichten. En toch kunnen wij ons geen enkele mens inbeelden - hoe slecht die ook moge zijn - die niet door een of andere mens bemind of gekoesterd wordt. Kan dan de minnaar in de hemel zijn, als de beminde in de hel is? Kan de minnaar zich zo maar losweken van het lot van de beminde? Zouden de minaars tenslotte niet ook de beminden, hoe kwaad ze ook zijn, de hemel inlokken, omdat anders hun liefde niet volledig zou zijn ... Gelukkig is daarbij God zelf de eerste minnaar, want niemand van ons kan claimen zonder kwaadaardigheid te zijn.
Dat zijn voor mij heel moeilijke vragen, maar ze maken mijn hart en mijn ziel week, ze troosten mij, want ze staan me toe om die liefdeskracht in mij te raken, die ook Gods liefdeskracht is en waarbij het goed toeven is. Wanneer Roger Burggraeve aan het spreken was kwam, bij alle theologische ernst en nauwgezetheid, die vertroosting naar boven. Dit is iets wat bij Roger Burggraeve duidelijk wordt: troost is ook een criterium voor goede theologie - en 't is een jezuïet die dit van een salesiaan leert ...
Roger Burggraeve wees ook op een dubbel aspect in de wijze waarop Abraham God aanspreekt: "Mag ik zo vrij zijn tot mijn Heer te spreken, ofschoon ik maar stof en as ben?" (Gen 18,27). Vrijmoedigheid en bewustzijn van eindigheid en sterfelijkheid, bewustzijn van de verwevenheid in de geschiedenis van goed en kwaad en tegelijkertijd de moed om God te bevragen en in vraag te stellen ... Misschien, alzo R. Burggraeve, was dat wel wat aan Kaïn ontbrak: hij sprak niet meer tegen God, hij ging bij God niet klagen omdat hij zichzelf onrechtvaardig behandeld voelde toen Abels offer wel, maar het zijne niet werd aanvaard door God. Vrijmoedigheid ten aanzien van God had wellicht de broedermoord verhinderd ...
Ook dat is weer zeer troostend: het vrijmoedige gesprek met God aandurven als krijtlijn voor het menselijke samenleven en het naar duurzame vrede toe transformeren van conflicten met hoog geweldspotentieel. De houding van Abraham staat hem toe om voor zijn medemens bij God te bedelen - misschien, zo Roger Burggraeve, is het smeekgebed wel diepgaander dan de aanbidding van God. We verliezen ons inderdaad soms in de aanbidding, we kijken zo intens naar God, dat we vergeten om met God en vanuit God naar onze medemensen te kijken.
Tenslotte is de spanning tussen Kaïn en Abraham de vraag of wij inderdaad de hoeders van onze broeders zijn. Zijn wij als hoeders van elkaar geschapen: God is zo in ons dat wij met elkaar verbonden zijn, dat wij verantwoordelijkheid voor ons dragen? Dit is de kern van onze ehtische lotsbestemming, het is eveneens een ontolgoie die theologische betekenis heeft.
Het gelegenheidskoortje onder leiding van professor Peter De Mey zong een mooie, toepasselijke hymne van John Rutter: "For the joy of human love, brother, sister, parent, child, friends on earth and friends above. For all gentle thought and mild: Lord of all, to thee we raise this our joyful hymn of praise". Gezegend zijn zij die zoals gij, Roger, hun medemensen besmetten met het troostende denken. Zoveel dank. En laten we ook de decaan van de faculteit, Mathijs Lamberigts, bedanken voor zijn wijze woorden: "de geëmeriteerde professor wordt nu vervangen door de professor emeritus". Blijf ons stimuleren, Roger, in die volle vreugde die we vandaag op je gelaat konden lezen.
Structuren van onrecht: theologie en de bredere samenhangen
Het Martelarenplein voor het Leuvense treinstation helt, zodat een trap nodig is om het station zelf te bereiken, een trap die niet overal hetzelfde aantal treden heeft en die meeglooit met het licht hellende terrein. Niet zo lang geleden ontmoette ik in het station een medebroeder jezuïet, die over een van die nauwelijks zichtbare treden gestruikeld was en er een bloednuis en enkele builen aan overhield. Mensen waren hem natuurlijk onmiddellijk ter hulp gesneld en verantwoordelijken van de busmaatschappij die ook aan het Martelarenplein haar burelen heeft brachten hem bij hun verpleegster voor verzorging. Men zei hem: "maak u geen zorgen, pater, we zijn dat hier gewoon ... er vallen hier regelmatig mensen ... die trappen zijn niet zo goed zichtbaar". Ik kan dat alleen beamen ... ik ben er zelf ook al bijna over gestruikeld.
Aan een van de ingangen van het Pauscollege in Leuven vindt men ook grote glazen deuren. Enkele jaren geleden waren dat glazen deuren zonder enige aanduiding erop: als ze goed gewassen waren, zag men ze niet. En zoals vogels tegen een venster kunnen aanvliegen, zo ook zijn verschillende mensen toen tegen die glazen deuren aangebotst. Daar werden toen maatregelen getroffen: er staan nu grote deurklinken op die glazen oppervlakte, zodat mensen "zien" (zonder te zien) dat er een glazen deur is.
Het zijn twee voorbeelden van structurele problemen, die me aan Dietrich Bonhoeffer en aan de bevrijdingstheologie doen denken. Bonhoeffer heeft ooit geschreven: "het is nu niet meer de tijd om pleisters op wonden aan te brengen ... nu moeten we een stok in de wielen steken". Wat hij bedoelde was dat het onze plicht is om structureel in te grijpen, wanneer er systematische, structurele zijn waarom mensen telkens weer gekwetst worden. Men moet niet alleen individuele slachtoffers helpen, telkens weer opnieuw, men moet ook handelen op de systematische structuren die die slachtoffers maken. Aan het station in Leuven moeten niet alleen individuele bloedneuzen verholpen worden ... als dit een regelmatig probleem is, moet er dan niet iets aan die trappen gedaan worden?
Bevrijdingstheologen zijn gevoelig voor zulke structuren die lijden en pijn veroorzaken, en met name dan voor politieke, eocnomische en sociale structuren die onrecht tot stand brengen. Dat wordt niet altijd in dank afgenomen. Zo vertelde Dom Helder Camara, de charismatische aartsbisschop van Recife in Brazilië, tijdens een reis in de VSA: "als ik jullie voor een of ander project geld vraag, dan gaan de portefeuilles open en geven jullie gul, maar als ik jullie vraag om bij de volgende verkiezingen na te denken wie jullie gaan verkiezen - omdat jullie politieke structuren en de verkozenen daarin soms de oorzaak zijn van het onrecht waartegen ik hier kom steun vragen -, dan reageren jullie aggressiever, dan merk ik dat het jullie moeilijk valt om de socio-economische en politieke structuren en instellingen in vraag te stellen die jullie levenswijze en het daarmee verbonden onrecht bestendigen".
Een van de grote uitdagingen van de bevrijdingstheologie is precies dat zij deze structuren die onrecht produceren ook aan de kaak wil stellen en verder wil gaan dan te antwoorden op het lot en de armoede van individuele mensen. Armoede beantwoord je niet alleen door aan de ene of andere arme wat geld toe te stoppen; het is ook nodig om te zoeken naar de oorzaken van de armoede van zovelen en een antwoord te ontwikkelen op die oorzaken. En bevrijdingstheologen ontmaskeren zo het feit dat soms het individuele wel doen aan bepaalde mensen in heel concrete en individuele gevallen, gebruikt wordt als een manier om te verdoezelen dat er structurele problemen zijn die armoede genereren. Theologen in de globale wereld vandaag doen er goed aan dit structurele standpunt te behartigen en samenhangen en structuren van onrecht te ontmaskeren.
Aan een van de ingangen van het Pauscollege in Leuven vindt men ook grote glazen deuren. Enkele jaren geleden waren dat glazen deuren zonder enige aanduiding erop: als ze goed gewassen waren, zag men ze niet. En zoals vogels tegen een venster kunnen aanvliegen, zo ook zijn verschillende mensen toen tegen die glazen deuren aangebotst. Daar werden toen maatregelen getroffen: er staan nu grote deurklinken op die glazen oppervlakte, zodat mensen "zien" (zonder te zien) dat er een glazen deur is.
Het zijn twee voorbeelden van structurele problemen, die me aan Dietrich Bonhoeffer en aan de bevrijdingstheologie doen denken. Bonhoeffer heeft ooit geschreven: "het is nu niet meer de tijd om pleisters op wonden aan te brengen ... nu moeten we een stok in de wielen steken". Wat hij bedoelde was dat het onze plicht is om structureel in te grijpen, wanneer er systematische, structurele zijn waarom mensen telkens weer gekwetst worden. Men moet niet alleen individuele slachtoffers helpen, telkens weer opnieuw, men moet ook handelen op de systematische structuren die die slachtoffers maken. Aan het station in Leuven moeten niet alleen individuele bloedneuzen verholpen worden ... als dit een regelmatig probleem is, moet er dan niet iets aan die trappen gedaan worden?
Bevrijdingstheologen zijn gevoelig voor zulke structuren die lijden en pijn veroorzaken, en met name dan voor politieke, eocnomische en sociale structuren die onrecht tot stand brengen. Dat wordt niet altijd in dank afgenomen. Zo vertelde Dom Helder Camara, de charismatische aartsbisschop van Recife in Brazilië, tijdens een reis in de VSA: "als ik jullie voor een of ander project geld vraag, dan gaan de portefeuilles open en geven jullie gul, maar als ik jullie vraag om bij de volgende verkiezingen na te denken wie jullie gaan verkiezen - omdat jullie politieke structuren en de verkozenen daarin soms de oorzaak zijn van het onrecht waartegen ik hier kom steun vragen -, dan reageren jullie aggressiever, dan merk ik dat het jullie moeilijk valt om de socio-economische en politieke structuren en instellingen in vraag te stellen die jullie levenswijze en het daarmee verbonden onrecht bestendigen".
Een van de grote uitdagingen van de bevrijdingstheologie is precies dat zij deze structuren die onrecht produceren ook aan de kaak wil stellen en verder wil gaan dan te antwoorden op het lot en de armoede van individuele mensen. Armoede beantwoord je niet alleen door aan de ene of andere arme wat geld toe te stoppen; het is ook nodig om te zoeken naar de oorzaken van de armoede van zovelen en een antwoord te ontwikkelen op die oorzaken. En bevrijdingstheologen ontmaskeren zo het feit dat soms het individuele wel doen aan bepaalde mensen in heel concrete en individuele gevallen, gebruikt wordt als een manier om te verdoezelen dat er structurele problemen zijn die armoede genereren. Theologen in de globale wereld vandaag doen er goed aan dit structurele standpunt te behartigen en samenhangen en structuren van onrecht te ontmaskeren.
vrijdag 9 mei 2008
De mededogende poppen van Françoise Bosteels
Gisterenavond, 8 mei 2008, mocht het Forum voor Bevrijdingstheologieën aan de Faculteit Godgeleerdheid van de K.U.Leuven, Françoise Bosteels ontvangen. Françoise is een Belgische religieuze die reeds sinds ongeveer 30 jaar in India werkzaam is. Ze heeft gewoond en gewerkt bij de armsten in de Indische dorpen, en ze heeft binnen haar religieuze congregatie ook verantwoordelijkheid gedragen voor de vorming van jonge medezusters. Na aanmoedigingen van theologen uit de Indian Theological Association en uit EATWOT, besteedt ze nu meer tijd aan een artistieke passie: het uitbeelden van het dagelijkse dorpsleven van mensen, in het bijzonder temidden van wraakroepende contexten van armoede, uitbuiting en verdrukking. Het maken van deze poppen geeft Françoise de kans zowel zelf op een unieke manier door te dringen in het leven van haar Indische vrienden als de mogelijkheid om indringende en bewogen gesprekken en onderscheidingsprocessen te starten die mensen toelaten over hun eigen levensomstandigheden te reflecteren.
De poppen zijn daarom een stimulans die wie ernaar kijkt toestaan om de eigen bronnen en dieptes van mededogen te raken, de diepste kern van ons menselijke bestaan en van de blik die God doorheen ons op de wereld werpt. Dat diepe menselijke mededogen, het vermogen om mee te voelen met medemensen omdat we ons als mens met medemensen verbonden weten, is het startpunt van elke kritische theologie en van elke bevrijdingstheologie. We sluiten ons dikwijls af voor het mededogen in ons: we weten dat het ons tot verantwoordelijkheid opneemt, dat het ons ertoe brengt om tijd en energie te investeren in onze medemensen. Daarom zijn deze poppen zo belangrijk: ze ontbolsteren ons mededogen.Alle toehoorders op het Forum hadden dat gevoel en waren er dankbaar voor: mensen zijn gelukkig wanneer hun diepste menselijke verbondenheid ontbolsterd wordt.
Françoise's poppen wekken niet alleen de krachten van het mededogen, ze bieden ook een kans tot onderscheidingsprocessen waarin mensen hun situaties analyseren en tot handelingsbeslissingen komen. Françoise vertelde hoe bijvoorbeeld poppen die uitbeelden hoe vrouwen door hun mannen geslagen worden juist in de Indische dorpen veel aandacht trokken en de ruimte openden om over vrouwenmishandeling te spreken. Een verdere stap is nu dat mensen niet alleen de poppen bekijken en als aanleiding nemen om situaties van pijn, verdriet en onrecht bespreekbaar te maken: er bestaat ook de mogelijkheid dat Françoise's poppen aan mensen de kans bieden om zelf creatief poppen te maken en scenarios met poppen voor te stellen, waarin ze hun eigen levensomstandigheden ter sprake brengen.
Voor Françoise, die reeds twee boeken geschreven heeft waarin afbeeldingen van haar poppen verbonden worden met teksten en gedichtjes van mensen die zij kent, is ondertussen een nieuwe uitdaging gegroeid: het verlangen om ook scènes uit de bijbel en meer in het bijzonder uit het leven van Jezus uit te beelden. We kijken daar met verlangen naar uit.
Wie foto's wil zien van de bijeenkomst van het Forum voor Bevrijdingstheologieën kan terecht op deze webpagina.
zondag 4 mei 2008
Theologie als bemoediging
Vrienden die mijn bezorgdheid bij de milieucrisis kennen hebben me reeds dikwijls gezegd: "wees voorzichtig dat je niet te negatief en te ontmoedigend spreekt ... al te dikwijls lijkt deze crisis te overweldigend en weten we niet wat te doen, zodat we willen opgeven ... een theoloog moet op de eerste plaats bemoedigen". Deze vrienden hebben gelijk en maar al te vaak blijven theologen inderdaad in de kritiek verstrikt onder het motto dat ze profetische taal moeten spreken. Dat moet natuurlijk - en ik wil geen iota wegnemen van de bedreigende ernst van de milieu- en energiecrisis vandaag -, maar tegelijkertijd is er nood aan een wijs spreken, dat opbouwend, constructief en creatief is. Waar zijn de suggesties, hoe klein ook, die moed geven, die ons laten voelen dat we verantwoordelijkheid dragen en kunnen opnemen? Soms is het een heel klein dingetje, met de zwakke en toch doordringende kracht van een symbolische handeling - ik raad dikwijls aan om 's morgens tijdens het douche het water niet te laten lopen terwijl men zich inzeept ... dat is een heel klein gebaar, een druppeltje op een heel hete plaat ... maar het weerspiegelt een instelling van daadkracht reeds heel vroeg op de ochtend. En als we samen gaan werken, kunnen we meer, en misschien kunnen sommigen onder ons dan soms nog meer. We zijn niet machteloos!
Een filmpje op YouTube doet me nog verder denken. Adolfo Nicolás is de nieuwe generale overste van de Jezuïeten. In een (engelstalig) interview heeft hij het over het belang van grote dromen en over de inspanning om in de diepte van de werkelijkheid door te dringen.
Grote dromen zijn dromen die ons tot engagement brengen, visioenen die ons aantrekken en waar we ons voor willen inzetten. In de evangelies is het Rijk Gods zo'n visioen, zo'n grote droom. We weten wellicht niet hoe dat Rijk er zal uitzien - we kunnen misschien zelfs wanhopen of het wel ooit mogelijk zal zijn want onze wereld lijkt dit visioen elke dag weer op gewelddadige wijze tegen te spreken - en toch willen we het wagen om dit visioen vlees en bloed te laten worden omdat we vertrouwen op de God die dat zelf in Jezus van Nazaret ook doet. Grote dromen durven we aan op gezag van vrienden.
De kracht van die vriendschap temidden van onze wereld, toont ons iets van de diepte van de werkelijkheid. Vertrouwen op de vriendschap die ons brengt tot engagement in grote dromen, is een wijze om te peilen en te gaan naar de diepte. De diepte van onszelf op de eerste plaats - wanneer we naar de dingen en de mensen om ons heen leren kijken met de ogen van God, met de blik van de Schepper, die mogelijkheden ziet en weet te bemoedigen -, maar ook de diepte van dingen en mensen die we ontmoeten - hoe God ons aanspreekt en bemoedigt vanuit die anderen, vanuit de wereld waar wij toe behoren. Peilen naar de diepte, ons bewegen richting diepte, betekent het openen van krachtbronnen en van een creatieve blik die mogelijkheden ontwaart.
Soms vraag ik me af of theologen wel voldoende die bemoedigende taak op zich nemen en of ze de wijsheid opbrengen om te gaan naar de diepte en om te herinneren aan die grote dromen. In de wereld van vandaag, met zijn gefrustreerde, bange en machteloze mensen, is het nochtans een privilegie om te bemoedigen. Van deze bemoediging hangt bovendien veel af, niet in het minst onze toekomst.
Een filmpje op YouTube doet me nog verder denken. Adolfo Nicolás is de nieuwe generale overste van de Jezuïeten. In een (engelstalig) interview heeft hij het over het belang van grote dromen en over de inspanning om in de diepte van de werkelijkheid door te dringen.
Grote dromen zijn dromen die ons tot engagement brengen, visioenen die ons aantrekken en waar we ons voor willen inzetten. In de evangelies is het Rijk Gods zo'n visioen, zo'n grote droom. We weten wellicht niet hoe dat Rijk er zal uitzien - we kunnen misschien zelfs wanhopen of het wel ooit mogelijk zal zijn want onze wereld lijkt dit visioen elke dag weer op gewelddadige wijze tegen te spreken - en toch willen we het wagen om dit visioen vlees en bloed te laten worden omdat we vertrouwen op de God die dat zelf in Jezus van Nazaret ook doet. Grote dromen durven we aan op gezag van vrienden.
De kracht van die vriendschap temidden van onze wereld, toont ons iets van de diepte van de werkelijkheid. Vertrouwen op de vriendschap die ons brengt tot engagement in grote dromen, is een wijze om te peilen en te gaan naar de diepte. De diepte van onszelf op de eerste plaats - wanneer we naar de dingen en de mensen om ons heen leren kijken met de ogen van God, met de blik van de Schepper, die mogelijkheden ziet en weet te bemoedigen -, maar ook de diepte van dingen en mensen die we ontmoeten - hoe God ons aanspreekt en bemoedigt vanuit die anderen, vanuit de wereld waar wij toe behoren. Peilen naar de diepte, ons bewegen richting diepte, betekent het openen van krachtbronnen en van een creatieve blik die mogelijkheden ontwaart.
Soms vraag ik me af of theologen wel voldoende die bemoedigende taak op zich nemen en of ze de wijsheid opbrengen om te gaan naar de diepte en om te herinneren aan die grote dromen. In de wereld van vandaag, met zijn gefrustreerde, bange en machteloze mensen, is het nochtans een privilegie om te bemoedigen. Van deze bemoediging hangt bovendien veel af, niet in het minst onze toekomst.
dinsdag 29 mei 2007
Oxfam petitie naar aanleiding van komende G8 bijeenkomst
Naar aanleiding van de komende G8 bijeenkomst in Heiligendamm (Duitsland, 6 tot 8 juni 2007), biedt Oxfam op de Make Trade Fair website de mogelijkheid om aan de Duitse kanselier Mevr. Angela Merkel een e-mail petitie te onderteken.
zondag 27 mei 2007
Ecclesiale verbondenheid
Voor de Jezuïet die ik ben, en dan nog zeker met het oog op de komende 35ste Algemene Congregatie van de Sociëteit van Jezus die vanaf januari 2008 in Rome zal gehouden worden, is de vraag naar de ecclesiale verbondenheid zeer belangrijk. Hoe stellen wij ons op ten aanzien van de Kerk, en ook ten aanzien van haar hiërarchie? Hoe gaan we op met spanningen die zonder twijfel kunnen rijzen met betrekking tot bepaalde geloofsovertuigingen en geloofsformulering, of rond de ethische en morele qualificatie van bepaalde handelingen? Hoe kunnen zulke spanningen op een volwassen en creatieve wijze de onderscheidingsprocessen binnen de Kerk ondersteunen, wanneer wij zoeken te ontwaren waar Gods Geest ons uitdaagt om beter in het spoor van Jezus van Nazareth, dé Christus, te treden.
Wellicht is het goed om te wijzen op de ingrijpende ecclesiale dimensies van het christelijke geloof. Ik zou zeggen dat, van nature uit, het christelijke geloof op kerkopbouw gericht is: gemeenschap opbouwen rond en vanuit de Heer, met het oog op het Rijk Gods. Handelen in het spoor van Jezus Christus betekent ook - en misschien wel vooral - zich laten leiden door de Geest (zijn Geest, die de Geest is die hem bezielde) die ons allen rond God samenbrengt en in solidair mededogen met elkaar verbindt. De kerk is dus niet alleen een soort verzameling van individueel gelovige mensen, wiens geloof vooral rond de individuele innerlijke relatie met God cirkelt. De kerk is dat waartoe gelovigen in navolging van Jezus Christus gedreven worden als het werk aan het beloofde Rijk Gods.
Deze ecclesiale aspecten van het christelijke geloven sluiten goed aan bij de fundamentele sociale structuur van de werkelijkheid als geheel en van de mens in het bijzonder. Er is nood aan relationele ontologie en antropologie, die het subjects- en identiteitsdenken dat ons intellectuele schema's overheerst, doorbreken. De grondstructuur van het christelijke geloof is overigens relationeel: schepping betekent het spel van relaties dat ons allen in de relatie tot de Schepper stelt en houdt. Deze visie op schepping biedt overigens mooie kansen om een band te leggen met de nieuwe visies op wetenschap die complexiteit en duurzaamheid ernstig nemen. Deze relationele mensvisie wijst naar het funderende menselijke vermogen tot mededogen - een medebroeder verwijst me hierbij naar een uitspraak van Lyta Basset: "Je souffre avec, donc je suis", ik lijd mij en dus ben ik.
Het religieuze leven en zijn traditie van de religieuze geloften - armoede, gehoorzaamheid, en zuiverheid - kan een creatieve stimulans bieden binnen de kerk om precies het accent communiteitsopbouw te verhelderen en in praktijk te zetten. De drie geloften zijn als het ware spelregels voor het samenleven - van hieruit wordt dan de individuele attitude van de religieus belicht. Natuurlijk kunnen nog andere spelregels geformuleerd worden, maar de drie religieuze geloften wijzen op fundamentele kenmerken van het christelijke samenleven: de werking van de Geest erkennen in de anderen als een gift aan ons allen; het gunnen van menswaardige en duurzame levensomstandigheden aan anderen - bijzonder aan de armsten - zonder daarin ten prooi te vallen aan machtsperversies die met de dynamiek van het geven gepaard kunnen gaan; de kunst om het samenleven te richten op wederzijds genieten dat een positieve en visionnaire blik op de werkelijkheid opent.
Omdat in de inspanningen tot gemeenschapsopbouw rekening gehouden wordt zowel met wat de ervaring van een eeuwenlange traditie ons leert, als met de uitdagingen van de concrete context waarin we leven, zijn processen van gemeenschappelijke onderscheiding noodzakelijk. Hierin proberen we beter te ontwaren welke de uitdagingen voor het gemeenschapsleven vandaag zijn (bvb. de milieu-crisis op wereldschaal) en welke daarin Gods uitnodigende en genadevolle aanwezigheid is, die ons tot gemeenschappelijk handelen oproept. Het is belangrijk om te zien dat het hier om volwaardig gemeenschappelijk handelen gaat, dat dus in de handeling een gemeenschap wordt opgebouwd. Dit wordt benadrukt zowel in feministische denkwijzen als in het relationele constructionisme. De inspanning om hierbij stem te geven precies aan diegenen die lijden en zich aan de rand van de solidariteitsgemeenschappen bevinden, is cruciaal.
De pogingen tot ecclesiale en op het Rijk Gods uitgerichte gemeenschapsopbouw in het spoor van Jezus van Nazareth, dé Christus, lopen niet altijd van een leien dakje. Vele spanningen spelen hierin mee, en er worden binnen deze spanningen handelingskeuzes gemaakt. Traditie en concrete situatie treden soms met elkaar in concurrentie, er kunnen grote geografische verschillen in kultuur en interpretatievormen bestaan in de ene wereldwijde kerkgemeenschap, enz. Het gemeenschappelijke onderscheidingsproces kan daarom moeilijk verlopen en mensen doen lijden. Zoals we bijvoorbeeld in het leven van Pierre Teilhard de Chardin of Henri de Lubac kunnen zien, kan dit lijden, het geduldige doorworstelen van tegenstellingen die soms op een onbarmhartige wijze worden uitgevochten, ook uiteindelijk zeer vruchtbaar blijken te zijn.
Wellicht is het goed om te wijzen op de ingrijpende ecclesiale dimensies van het christelijke geloof. Ik zou zeggen dat, van nature uit, het christelijke geloof op kerkopbouw gericht is: gemeenschap opbouwen rond en vanuit de Heer, met het oog op het Rijk Gods. Handelen in het spoor van Jezus Christus betekent ook - en misschien wel vooral - zich laten leiden door de Geest (zijn Geest, die de Geest is die hem bezielde) die ons allen rond God samenbrengt en in solidair mededogen met elkaar verbindt. De kerk is dus niet alleen een soort verzameling van individueel gelovige mensen, wiens geloof vooral rond de individuele innerlijke relatie met God cirkelt. De kerk is dat waartoe gelovigen in navolging van Jezus Christus gedreven worden als het werk aan het beloofde Rijk Gods.
Deze ecclesiale aspecten van het christelijke geloven sluiten goed aan bij de fundamentele sociale structuur van de werkelijkheid als geheel en van de mens in het bijzonder. Er is nood aan relationele ontologie en antropologie, die het subjects- en identiteitsdenken dat ons intellectuele schema's overheerst, doorbreken. De grondstructuur van het christelijke geloof is overigens relationeel: schepping betekent het spel van relaties dat ons allen in de relatie tot de Schepper stelt en houdt. Deze visie op schepping biedt overigens mooie kansen om een band te leggen met de nieuwe visies op wetenschap die complexiteit en duurzaamheid ernstig nemen. Deze relationele mensvisie wijst naar het funderende menselijke vermogen tot mededogen - een medebroeder verwijst me hierbij naar een uitspraak van Lyta Basset: "Je souffre avec, donc je suis", ik lijd mij en dus ben ik.
Het religieuze leven en zijn traditie van de religieuze geloften - armoede, gehoorzaamheid, en zuiverheid - kan een creatieve stimulans bieden binnen de kerk om precies het accent communiteitsopbouw te verhelderen en in praktijk te zetten. De drie geloften zijn als het ware spelregels voor het samenleven - van hieruit wordt dan de individuele attitude van de religieus belicht. Natuurlijk kunnen nog andere spelregels geformuleerd worden, maar de drie religieuze geloften wijzen op fundamentele kenmerken van het christelijke samenleven: de werking van de Geest erkennen in de anderen als een gift aan ons allen; het gunnen van menswaardige en duurzame levensomstandigheden aan anderen - bijzonder aan de armsten - zonder daarin ten prooi te vallen aan machtsperversies die met de dynamiek van het geven gepaard kunnen gaan; de kunst om het samenleven te richten op wederzijds genieten dat een positieve en visionnaire blik op de werkelijkheid opent.
Omdat in de inspanningen tot gemeenschapsopbouw rekening gehouden wordt zowel met wat de ervaring van een eeuwenlange traditie ons leert, als met de uitdagingen van de concrete context waarin we leven, zijn processen van gemeenschappelijke onderscheiding noodzakelijk. Hierin proberen we beter te ontwaren welke de uitdagingen voor het gemeenschapsleven vandaag zijn (bvb. de milieu-crisis op wereldschaal) en welke daarin Gods uitnodigende en genadevolle aanwezigheid is, die ons tot gemeenschappelijk handelen oproept. Het is belangrijk om te zien dat het hier om volwaardig gemeenschappelijk handelen gaat, dat dus in de handeling een gemeenschap wordt opgebouwd. Dit wordt benadrukt zowel in feministische denkwijzen als in het relationele constructionisme. De inspanning om hierbij stem te geven precies aan diegenen die lijden en zich aan de rand van de solidariteitsgemeenschappen bevinden, is cruciaal.
De pogingen tot ecclesiale en op het Rijk Gods uitgerichte gemeenschapsopbouw in het spoor van Jezus van Nazareth, dé Christus, lopen niet altijd van een leien dakje. Vele spanningen spelen hierin mee, en er worden binnen deze spanningen handelingskeuzes gemaakt. Traditie en concrete situatie treden soms met elkaar in concurrentie, er kunnen grote geografische verschillen in kultuur en interpretatievormen bestaan in de ene wereldwijde kerkgemeenschap, enz. Het gemeenschappelijke onderscheidingsproces kan daarom moeilijk verlopen en mensen doen lijden. Zoals we bijvoorbeeld in het leven van Pierre Teilhard de Chardin of Henri de Lubac kunnen zien, kan dit lijden, het geduldige doorworstelen van tegenstellingen die soms op een onbarmhartige wijze worden uitgevochten, ook uiteindelijk zeer vruchtbaar blijken te zijn.
Abonneren op:
Posts (Atom)