donderdag 24 mei 2007

De Drie-Ene structuur van de werkelijkheid

De Duitse theoloog Karl Rahner is bekend onderandere om de formulering van een grondaxioma voor de theologie van de Drie-Eenheid: "de heilseconomische Drie-Eenheid (dat is hoe God zich heilbrengend openbaart in onze geschiedenis) is de immanente Drie-Eenheid (dat is hoe God in Godzelf is)". Dit sluit mooi aan bij een kerninzicht van K. Rahner over openbaring, dat het namelijk om de zelfopenbaring en de zelfgave van God gaat. Het is God zelf die in de openbaring op het spel staat, en zo meteen ook onze relatie tot God vanuit de relatie die God heeft tot ons. God openbaart Godzelf als de Drie-Ene God, en doet ons dan ook meteen de vraag stellen hoe wijzelf in relatie treden tot de Drie-Ene en hoe deze Drie-Ene de structuur van ons bestaan vorm geeft vanuit wie deze Drie-Ene zelf is.

Natuurlijk zal men deze heilvolle aanwezigheid van de Drie-Ene in onze wereld, in Gods schepping, eerst vanuit het Christusmysterie ontvouwen. Vanuit het Christusgebeuren wordt het spoor van de Godzelf als Drie-Ene openbarende God toegelicht: God is "Vader", "Zoon" en "Geest". De relaties tot God ontwikkelen zich als relaties tot de Drie-Ene vanuit de Godsopenbaring zelf. God is Drie-Een, openbaart zich als dusdanig, en structureert de werkelijkheid op Drie-Ene wijze, in een relationele structuur die zich ent op de Drie-Ene relaties.

Hier wil ik wat verder op doordenken, tastend en proberend, in het bewustzijn dat wat ik zeg en hoe ik het zeg vatbaar is voor veel verbetering. Hoe tekent zich de Drie-Ene structuur van de werkelijkheid uit? Een boekje dat me veel geholpen heeft om hierin wat meer inzicht te verwerven is het posthuum gepubliceerde Dagboek van de Vriendschap van de hand van de Jezuïet priester-arbeider en mysticus Egied Van Broeckhoven. Hij beschrijft hoe zijn relaties zich tot vriendschapsrelaties ontvouwen precies in het relatiespel van de Drie-Ene God.

Uit het samenspel van 3 emergeert en ontvouwt zich 1. Het doet me denken aan een huwelijk: uit het samenspel van twee emergeert ook iets nieuws, een nieuw lichaam (in de bijbelse zin: twee vormen één). De werkelijkheid is anders dan voordien: het nieuwe lichaam is meer dan de som van de componenten, en toch blijft dat lichaam precies via die onderscheiden componenten (die echter niet meer van elkaar losgerukt of losgedacht kunnen worden) bereikbaar. 1 is dus ook 3, in die zin dat de toegang tot 1 gebeurt via één van de drie, zonder dat deze één losgedacht of losgeweekt kan worden van de andere twee.

Dit perspectief is van groot belang voor ons ecclesiale werken aan gemeenschapsopbouw. Gemeenschap ontstaat vanuit de relaties tussen de leden van de gemeenschap, is meer dan de som van de leden en kan dus ook op een nieuwe en zelfstandige wijze ageren en naar buiten treden. Tegelijkertijd is de toegang tot die gemeenschap ook mogelijk via een van de afzonderlijke leden ervan, maar precies omdat dit lid niet losgeweekt of afgezonderd kan worden van de andere leden met wie dit lid samen de gemeenschap constitueert. Het zijn de relaties tussen de diverse en verschillende leden die de gemeenschap constitueren in haar meerwaarde, en precies daarom is een ecclesiale communiteit ook altijd, zoals de Drie-Ene, gericht op diversiteit. Daar ligt een van de diepe betekenissen van "katholiciteit": vertrouwen op de kracht van de verschillen als een creatieve bron voor de emergentie van gemeenschappen.

Dit verwijst naar de Drie-Ene structuur van onze gemeenschap, die ons vanuit de zelfopenbaring van God voor ogen staat en ons verwijst naar het Rijk Gods, een visioen, een belofte, die ons nu reeds doet ijveren aan ecclesiale gemeenschappen. Niet dat wij erin slagen om zulke ecclesiale gemeenschappen op volle wijze te realiseren ... daarvoor zijn we als leden van de gemeenschap telkens weer onvoldoende op de liefdevolle relaties met de andere leden afgestemd. Om vele redenen hebben we telkens weer de neiging om niet de relatie maar het knooppunt van relaties te benadrukken als op zichzelf staand, als geïsoleerd van de andere knooppunten ... angst, onzekerheid, jaloersheid, geldingsdrang, relationele en sociale armoede, enz. We slagen er dikwijls niet in ons open te stellen voor de creatieve relationele kwaliteiten van de gemeenschap.

Het zou verdere ontwikkeling vragen om deze creatieve relationele kwaliteiten te preciseren. Liefde en openheid zijn hier zeker steekwoorden; wellicht ook de (religieuze) geloften als spelregels voor het samenleven. Een belangrijk kwaliteitslabel is ook de openheid naar meer: een ecclesiale communiteit is nooit op zich gesloten, maar verlangt - omdat de leden weten dat de kwaliteit van de communiteit afhangt van de verschillen - steeds naar contact en ontmoeting met "anderen". Echte ecclesiale communiteit vraagt naar meer, heeft een holistische instelling. Tenslotte lijkt me ook het aspect "kenose" als liefdevolle openheid op anderen, waarin men de bekoring om het eigen "ik" te beschermen of centraal te stellen, overstijgt. Hierdoor wordt dat "ik" niet verminderd, maar integendeel rijker in de gemeenschap.

De Drie-Ene of ecclesiale structuur van de werkelijkheid is een grote uitdaging voor vandaag, in tijden van globalisatie en globale milieucrisis. Hoe kunnen we dat meer van de gemeenschap die emergeert uit onze wederzijdse kenotische liefdesrelaties vorm geven, op een concrete wijze, en in vertrouwen aan de Drie-Ene God die zichzelf openbaart en op die wijze ook de structuur van ons eigen bestaan blootlegt.

1 opmerking:

Bruno zei

Ik stel mij de vraag wat er gebeurd als gemeenschap niet mogelijk blijkt omwille van een te grote diversiteit?
Inderdaad, we moeten streven naar gemeenschap en eenheid. Maar dit telkens zonder onze eigen identiteit te verliezen?
Wat gebeurd er als er wél macht uitgeoefend wordt. Als de ene persoon niet tolerant is t.o.v. de andere juist omwille van zijn diversiteit? Maakt men ook in een huwelijk geen ruzie? Inderdaad, het Rijk Gods is nog niet voltooid, we zijn op weg. Dit is volgens Hans Küng een reden te meer om te zeggen dat de kerk niet mag vastlopen in haar eigen structuren, en niet bang moet zijn vernieuwend op te treden. Waartoe roept de Drie-Ene God ons op, dat blijft altijd een brandende vraag. Als we dan een algemeen antwoord geven, zoals bijvoorbeeld 'liefde', schieten we dan niet voorbij aan zijn concrete oproep? Daarom moeten we, denk ik, steeds vanuit onze eigen identiteit en onze concrete historische context, blijven zoeken werkelijk gemeenschap te vormen. Een gemeenschap waardoor we deel hebben aan de Drie-Eenheid.